weblog_23_juni_2008_versie_1_1.jpg

van onze correspondent Geeske Dijkstra

De afgelopen weken hebben we (Harry en Geeske) kennis mogen maken met een paar prachtige wildparken in Kenia. Met een safaribusje zijn we naar Nairobi gereden. Een bloedstollende reis. De eerste twintig kilometer vanaf Mombasa gaan geweldig, wij rijden op een heuse vierbaansweg. Deze vreugde duurt helaas maar kort. Van het ene moment op het andere duikelen van het asfalt over de hobbels en de kuilen. Regelmatig ligt er een vrachtauto op z’n kant. Bij een van de auto’s ligt naast de glassplinters een slipper in een bloedplas.

Tientallen zwarte mannen buigen zich eensgezind over gebroken assen en kapotte banden. Het lijkt alsof het grootste deel van de beroepsbevolking langs de weg staat of hangt te kijken naar wat er mis gaat. Zijn ze nieuwsgierig of hopen ze er een klusje uit te slepen?  Hoe dichter bij Nairobi hoe slechter de weg. Op een gegeven moment houdt de weg gewoon op en racen we rijen dik hotsend en botsend door de bush. We trekken ons op aan de woorden van de chauffeur dat we in Maasai Mara aangekomen, deze ellende snel zullen zijn vergeten. Hij krijgt helemaal gelijk. De natuur in de wildparken is paradijselijk mooi.

Een paar dagen later gaan we naar Mamboxini, de buurt waar veel kinderen op straat leven. Gerard ten Voorde, journalist van het RD gaat met ons mee. Hij wil geïnformeerd worden over het leven van de straatkinderen. Samen met Ria die al jaren in Mombasa met de straatkinderen werkt, gaan we op stap. Het heeft die dag gehoosd en als we uit de auto stappen staan we meteen tot onze enkels in de drap. Tientallen straatkinderen komen aangerend en bedelen, met hun lijmflesje aan de mond, om geld. Uit de massa duikt een enthousiaste Louise met Jamilla op. We begroeten elkaar als oude vrienden. Ze vertelt dat het sinds de antibioticumkuur heel goed met haar baby gaat. Baby Jamilla ziet inderdaad heel wakker uit haar oogjes. Louise doet haar Maasai kralenkettinkje af en vraagt of ik het wil dragen en aan haar wil denken. Haar gebaar hakt erin en ik vraag me af op welke manier we persoonlijk of in ons kerkverband (NGK) iets voor meisjes als Louise kunnen betekenen.

Op een gegeven moment staan er zoveel graaiende en bedelende kinderen om ons heen dat er een wat dreigende situatie ontstaat. We stappen met dubbele gevoelens in onze auto en laten de straatkinderen in de rotzooi achter.

Gisteren zijn we naar een dienst van Crossroads Fellowship geweest. Aansluitend stoppen we even bij de Nakumatt – een soort AH categorie 5 waar de rijke Kenianen hun boodschappen doen – om een vergeten pak koffie te halen. Drie kleine jongetjes op blote voetjes wachten ons op en vragen of we mango’s willen kopen. Teleurgestelde koppies als we zeggen dat we thuis nog voldoende voorraad hebben. Een van hen maakt het bekende hongergebaar. Het aanbod om brood te kopen wordt met beide handen aangepakt; ze blijven wel even wachten op het parkeerterrein.

10 minuten later staan ze er nog en nemen de buit (brood, melk en drie flesjes frisdrank) in ontvangst. Met een handdruk en “ thank you mam” maken ze zich snel uit de voeten om achter de auto’s de buit te verdelen.

Die middag maken we onze opwachting in Tamarind Village, waar de minister van Defensie, Eimert van Middelkoop, met zijn delegatie logeert. De minister heeft een bezoek gebracht aan de bemanning van Hr.Ms.Evertsen die de afgelopen periode schepen van het World Food Programme heeft beschermd tegen piraterij. Ook maken Jur en Chris kennis met de Nederlandse ambassadeur in Kenia.

Het wordt een erg gezellig weerzien, ook omdat Frans Godschalk (oud-collega) deel uitmaakt van de delegatie. Samen genieten we van de prachtige zonsondergang en de skyline van Mombasa.

We sluiten ons bezoek aan Kenia deze avond af met een heerlijk afscheidsetentje in de Tamarind.

foto_nieuwsbrief_editie_5_1.jpg
“Jurjanne en Chris zijn al aardig gesetteld in hun huis. Ze voelen zich al aardig thuis en brengen veel tijd op de projecten. Daarnaast brengen ze vrije tijd door met (nieuwe) vrienden en familie. Om de verjaardag van Jurjanne te vieren zijn zij samen met de ouders van Jurjanne een weekend naar het strand geweest.”

Lees verder in de Kaja Foundation Nieuwsbrief editie 5, juni 2008

foto_weblog_10_juni_2008_1.jpg

Op 1 juni viert men in Kenia Onafhankelijkheidsdag (1962). Vaag herinner ik me uit een ver verleden de verhalen over de wrede daden van de Mau Mau. Omdat 1 juni dit jaar op een zondag valt is de daarop volgende maandag een vrije dag. Een mooie dag om de uit Nederland meegebrachte knuffels uit te gaan delen. ’s Ochtends gaan we vroeg op pad naar DCC (Dickson Children Centre). De kinderen en staff zitten een beetje zenuwachtig op ons te wachten. Een voor een mogen ze een knuffel uitzoeken. Daarna is de staf aan de beurt. Voor de laatsten is het kiezen zo mogelijk nog moeilijker. Eindeloos wordt er gekeken, gevoeld en weer teruggelegd. Gelukkig is het assortiment zeer uitgebreid. Teacher Rebecca met parelketting en altijd keurig gekleed spant de kroon. Zij mag extra knuffels uitzoeken voor kinderen uit haar kerk. Hier en daar wordt een knuffeltje verdonkeremaand, maar wie daar op let is een kniesoor.

Ook de buurt geniet zichtbaar mee van dit knuffelfeest. Rijen kinderen plus ouders hangen over het balkon van het belendende perceel. Ook deze kinderen en ouders mogen delen in de feestvreugde. Even later zien we kinderen, moeders en vaders op het balkon uitbundig zwaaien met hun pas verworven knuffels.

Vervolgens laden we de knuffels in de auto en wandelen we met de kinderen naar het nabijgelegen ziekenhuis. Het is erg warm en de handjes van de kinderen en van mij glibberen in elkaar. We genieten uitbundig van de prachtige bloemen langs de weg en af en toe krijg ik een bloemetje toegestopt.

Na een kwartiertje lopen bereiken we het hek van het ziekenhuis. We passeren streng uitziende bewakers met geweren in de aanslag. Toch hebben we alleen maar knuffels voor de zieke kinderen bij ons. Het blijft wennen al die bewaking, maar ze zullen er wel niet voor niets staan. Buiten moeten we nog een kwartiertje wachten voor we worden binnengelaten. Een man maakt van de gelegenheid gebruik om ons hartelijk de hand te drukken onder het uitroepen van Halleluja. Dan mogen we in optocht met knuffels naar binnen. Het is een prachtig gezicht al die glunderende gezichtjes met hun prachtige zelf uitgekozen knuffels voor de zieke kinderen. Met enige schroom maar met beleid delen de kinderen uit DCC knuffels uit aan de kinderen in de rolstoeljes en bedjes.

In de eerste zaal liggen veel geopereerde kindertjes waarvan een aantal met een geamputeerd beentje of voetje. Een klein meisje huilt hartverscheurend en is ontroostbaar. We hebben geen idee waar deze kinderen vandaan komen. Somalië of Sudan? Er is op deze vrije dag geen bezoek te bekennen, ze zullen dus wel van ver komen. In zaal twee liggen o.a. moeders met baby’s met een waterhoofdje. De ene moeder toont trots haar kindje en een andere moeder heeft zichtbaar moeite met haar lot. In zaal drie bevindt zich een gemengd gezelschap: jonge kinderen, volwassenen en een lange rij rolstoeltjes met gehandicapte kinderen. Iemand begint te zingen, de rest valt in. Een welkomstlied in het Swahili, het gaat ons door merg en been. Onder een bank kronkelt een jongentje op z’n buik. Stiekem hoop ik dat er stof gezogen is. Een van de kinderen weigert pertinent elke aangereikte knuffel; boos smijt hij ze weer weg. Een ander jongetje is helemaal opgetogen en glundert van oor tot oor. Een uurtje later staan we weer buiten (van onze correspondent).

foto_weblog_1_juni_2008_1.jpg

Via Utrecht, Frankfurt, Arusha en een adembenemend uitzicht op de besneeuwde Kilimanjaro, arriveren we op woensdag 28 mei ‘s ochtend’s om 7.00 uur met 20 kilo knuffels en een extra koffer met spulletjes voor Jur en Chris, in Mombasa. Zwaar bewolkt en regen: we voelen ons helemaal thuis. Jurjanne joehoet ons tegemoet.

Het verkeer (links houden) is even wennen. Auto’s halen ons al toeterend links en rechts in. Chris houdt zich aan het advies van resident Douwe (1.5 jaar ervaring verkeer Mombasa): twee handen aan het stuur, twee vingers op de claxon en de pink aan het grote licht. De weg zit vol gaten en de modder spat ons om de oren. In een flinke slalom komen we thuis. Om 8.30 uur zitten we aan de door Jurjanne vers gebakken appeltaart.

‘s middags maken we een korte wandeling langs een verlaten strand. Zwarte Afrikaners zitten te wachten op buitenlandse gasten, die maar niet op komen dagen. Geen gasten betekent geen inkomsten en dus geen eten. Sinds de opstand in december zijn veel Kenianen werkloos. We worden er een beetje mistroostig van.

De volgende dag gaan we naar Tononoka, in een wijk waar veel jongeren op straat leven. Vrijwilligers delen hier eten en kleren uit aan straatjongeren. Begeleid door een bandje met vrolijke muziek vormen ze een rij en wachten rustig tot ze aan de beurt zijn om een bordje met bonen met maismeel, pinda’s en mango en een glas water in ontvangst te nemen. We schudden en drukken alle toegestoken handen. Dus zo voelt het om lid van de koninklijke familie te zijn.

Jonge zwangere meisjes snuiven aan hun lijmflesje onder hun trui. Op de grond zit Louis met haar babytje van 9 maanden. Het kindje maakt een apathische indruk. Zweetdruppeltjes parelen op haar voorhoofdje. Volgens Louise heeft het kindje oorpijn; een vies watje steekt uit haar rechter oortje. Jur en ik besluiten op zoek te gaan naar een apotheek om een kuurtje te halen. Een uurtje later zijn we terug en geven de baby de eerste dosis. In het Engels leggen we de moeder uit hoe ze met het pipetje de peniciline kan toedienen. Ze is helemaal blij met het halve flesje water dat we haar geven om het oortje schoon te maken.

Het uitdelen van de kleren is goed voorbereid en verloopt geordend. Moeders mogen naast een broekje en t-shirtje, een knuffeltje (met dank aan ….) voor hun kleintjes uitzoeken. De volgende dag horen we dat de sfeer aan het einde van de middag gespannen was geworden. De uitverkoren jongens die verantwoordelijk waren voor het in toom houden van de straatjongeren, zijn ontevreden met hun loon (een extra t-shirt). Doodmoe van alle indrukken komen we thuis. Alle kleren gaan in de was en wij onder de douche. This is Africa man.