Van onze verslaggeefster Geeske Dijkstra
Koud aangekomen in een warm Kampala, brengen we een bezoek aan Bulamu. Het is erg fijn om Joseph en de kinderen weer te zien. Vanuit de verte ontdekten we de afwisseling van groene en rode daken, dus dat betekent dat er flink gewerkt is. Op onze tocht door het kinderdorp worden we vergezeld door een klein meisje dat Shamim dat op blote voetjes dwars door het struikgewas, met ons mee huppelt. In een van de familiehuizen (36 meisjes) treffen we huismoeder Juliet aan. Zij vertelt dat Shamim nog maar drie jaar is. Het is een erg ontwapenend kindje, dat steeds bij Robbert en mij op schoot wil zitten en kusjes geeft. Ze verovert razendsnel een plekje in ons hart en het gaat ons aan het hart dat zo’n klein meisje, tussen oudere kinderen, haar weg moet vinden in het dorp.
Aida woont ook in dit huis, zij ziet er witjes uit en stilletjes uit en ze maakt een wat eenzame indruk. Haar bloedwaarden zijn niet goed en er wordt gezocht naar een juiste dosering van bloedverdunners. Inmiddels zijn er gesprekken met een Amerikaanse familie met vijf kinderen die bereid is om haar te adopteren. Na haar operatie zal ze veel extra zorg nodig hebben en de verzorgers in het kinderdorp kunnen haar niet de zorg bieden die zij de komende jaren nodig zal hebben. Aida heeft zelf aangegeven dat zij wel naar Amerika wil emigreren om bij deze familie te gaan wonen.
De keuken in het dorp is inmiddels klaar en in gebruik, de nieuwe kookpotten pruttelen op het vuur en een groepje jongens is bezi om bergen uien te snijden. Voor het eerst zien we, in de afgesloten voorraadkasten, zakken met levensmiddelen zoals mais en soja staan. Er is een nieuwe varkensstal gerealiseerd en we ontwaren in het struikgewas een paar zeugen die samen met hun biggetjes lekker in de aarde lopen te wroeten. Verderop is een vijftal meisjes vakkundig bezig met het plukken van een kip voor de soep. De groetetuin ziet er goed onderhouden uit. Er wordt mais en cassave verbouwd en tussen de bananenbomen staan de aardappelenplanten in bloei.
In onze eerste week in Kampala maken we ook kennis met de saamhorigheid van de Nederlandse/internationale gemeenschap hier. Om 13.00 uur wordt Jurjanne gebeld door een kennisje uit de Surgery (kliniek) dat vertelt dat een Nederlandse vrouw zeer ernstig gewond is bij een ongeluk en heel dringend bloed nodig heeft.
In no time gaan allerlei sms-jes en telefoontjes over en weer en vrij snel erna komt het bericht dat er voldoende donors (waar onder de Deense ambassadeur en een Nederlandse diplomaat), met de juiste bloedgroep beschikbaar zijn. Op nu.nl lezen we dat deze donoren het leven van dit meisje hebben gered. Opvallend is overigens dat heel veel mensen nu tot de ontdekking komen dat zij niet weten wat hun bloedgroep is en hier bij een volgend bezoek aan de dokter zeker alert op zullen zijn. Geen gekke gedachte als je verkeersdeelnemer bent in Afrika.
In deze week maken we ook kennis met het nieuwste initiatief van Kaja, nl. Babyhome Nafasi. Het huis ligt in een rustige wijk en is omgeven door een grote tuin. Nafasi biedt ruimte aan 20 kinderen in de leeftijd van 0 tot 5 jaar. Sinds de opening, een paar weken geleden, zijn er 4 kinderen door de kinderbescherming geplaatst. 2 baby’s, waarvan de jongste twee maanden is en een jongetje en meisje van 3 jaar. Het is aangrijpend om te horen hoeveel er al is misgegaan in deze prille kinderleventjes. Dit is de twee oudste kindertjes overigens ook duidelijk aan te zien. Als we, onder de kerstboom, gezellig met de kleintjes op schoot zitten, kruipen ze direct lekker tegen ons aan en vallen spontaan in slaap. We zijn diep onder de indruk van wat Corin en Jurjanne en Chris hier in vrij korte tijd tot stand hebben weten te brengen.
Deze week word ik voor het eerst van mijn leven geïnterviewd. De locatie is erg ongebruikelijk nl. een poel op het strand van de Indische Oceaan, waar ik gezellig met kleine Chris lig te dobberen. De interviewer is Zvone Seruga, hij is onze buurman op de camping, waar we de kerstdagen doorbrengen. Een paar dagen geleden kwam hij in het donker op een knots van een motor aan rijden en viel er ongeveer vanaf toen hij de samenstelling van het gezelschap in de tenten naast hem ontdekte. 6 kleine zwarte kinderen, 14 blanken (waaronder 1 Amerikaan) en 2 zwarte mannen. Hij heeft dagen zitten te puzzelen wie bij wie hoorde. Zvone blijkt journalist te zijn en schrijver van reisboeken door Afrika. Hij is al drie maanden op reis door Afrika. We komen samen tot de conclusie dat er in dit paradijselijke deel van de wereld alleen maar wat kan veranderen als de leiders en hun ondergeschikten besluiten om niet langer te graaien, de mannen hun handen eens uit de mouwen steken en monogaam gaan leven en de vrouwen hun lot niet langer leidzaam ondergaan. Na een tijdje komt hij teruglopen om te informeren hoe het is om ‘grandmother’ te zijn van twee zwarte kleinkinden. Mijn antwoord: een geschenk uit de hemel! ‘s avonds rijdt hij, wederom in donker, de camping af om zijn motor in Mombasa in te schepen en de kerstdagen met vrouw en kinderen in Slovenië door te brengen.




